Een tuin is voor veel honden en katten de favoriete plek om te snuffelen, te spelen en in de zon te liggen. Toch schuilen er gevaren tussen de borders. Sommige populaire planten zijn giftig, een gat onder het hek is snel gevonden en op een warme dag kan een tuin zonder schaduw benauwend worden.
Het goede nieuws is dat je met een paar slimme keuzes veel risico’s wegneemt. In dit artikel lees je waar je op let bij de beplanting, de omheining en de plekken waar je huisdier kan schuilen of uitrusten.
Giftige planten herkennen
Veel tuinplanten zien er onschuldig uit, maar kunnen bij je huisdier flinke klachten geven. Honden knagen soms uit verveling op takken of graven bollen op. Katten likken stuifmeel van hun vacht. Juist dat maakt sommige planten zo verraderlijk.
Twijfel je over een plant in je tuin? Zoek de naam op voordat je huisdier er vrij omheen loopt. Ziet je dier er na het knagen op een plant suf uit, braakt het of kwijlt het opvallend veel, neem dan meteen contact op met je dierenarts en neem zo mogelijk een stukje van de plant mee.
- Lelies: zeer gevaarlijk voor katten, zelfs stuifmeel of vaaswater kan de nieren beschadigen.
- Taxus en oleander: vrijwel alle delen zijn giftig voor honden en katten.
- Rododendron en azalea: kunnen braken, kwijlen en hartproblemen veroorzaken.
- Bollen van narcis en tulp: extra riskant voor honden die graag graven.
- Vingerhoedskruid: bevat stoffen die het hartritme verstoren.
Ook let op wat je strooit
Niet alleen planten vormen een risico. Slakkenkorrels, rattengif en sommige kunstmeststoffen zijn voor huisdieren erg schadelijk. Kies liever voor diervriendelijke alternatieven, zoals een bierval tegen slakken of handmatig wieden in plaats van onkruidverdelger.
Ook mulch van cacaodoppen is een bekende valkuil. Het ruikt naar chocolade en trekt honden aan, maar bevat dezelfde stof die chocolade giftig maakt. Houtsnippers of schorssnippers zijn een veiliger keuze. Bewaar tuinmiddelen daarnaast altijd in een afgesloten kast of schuur.
Een omheining die echt werkt
Voor honden is een stevige omheining de basis. De hoogte hangt af van het formaat en het springvermogen van je hond: een kleine hond heeft genoeg aan een lager hek, terwijl een sportieve, grote hond soms over anderhalve meter heen komt. Controleer ook de onderkant. Gravers vinden snel een zwakke plek, dus een strook gaas of tegels die een stukje de grond in gaat, voorkomt ontsnappingen.
Katten houd je lastiger binnen de tuin, omdat ze uitstekend klimmen. Wil je je kat toch in de tuin houden, dan kun je denken aan een kattennet of een naar binnen hellende rand bovenop de schutting. Kijk bij elke oplossing of er geen scherpe uitsteeksels of losse draden zijn waar je dier zich aan kan bezeren. Wil je meer lezen over de behoeftes van honden en katten, dan vind je bij De Huisdier Toppers extra informatie die je kan helpen bij het maken van keuzes voor je eigen huisdier.
Schuilplekken en schaduw
Een veilige tuin is ook een tuin waarin je huisdier tot rust kan komen. Zorg voor schaduw op elk moment van de dag, bijvoorbeeld onder een boom, een overkapping of een parasol. Honden en katten kunnen op warme dagen snel oververhit raken, vooral op tegels of kunstgras die veel warmte vasthouden.
Katten voelen zich prettig als ze vanaf een hoge plek kunnen overzien wat er gebeurt. Een stevige plank, een schuurdak of een boomstronk geeft ze dat overzicht. Voor honden werkt een hondenhok of een overdekte ligplek goed als terugtrekplek. Zet daarnaast altijd een bak vers water neer, liefst op een plek waar de zon er niet de hele dag op staat.
Ruimte om te snuffelen en te spelen
Een tuin die prikkels biedt, voorkomt verveling en daarmee ook ongewenst gedrag zoals graven in de borders of knagen op planten. Een vaste graafhoek met zand voor je hond werkt vaak beter dan verbieden. Katten waarderen kattenkruid of kattengras, dat veilig is om aan te knabbelen.
Kies ook voor een pad of een strook langs de schutting waar je hond kan patrouilleren. Veel honden lopen sowieso langs de rand van de tuin, dus je kunt die looproute net zo goed bewust inrichten in plaats van planten te zetten die er toch vertrapt worden.
