Een foundation die er in de winkel perfect uitzag, kan thuis ineens oranje, grauw of vlekkerig ogen. Meestal ligt dat niet aan het product zelf, maar aan de combinatie met jouw huid. Twee dingen bepalen grotendeels of een foundation goed werkt: je huidtype en je ondertoon. Het eerste zegt iets over de textuur en formule die je nodig hebt, het tweede over de kleur.

In dit artikel lees je hoe je beide zelf vaststelt en welke soorten foundation daar het beste bij passen. Zo verklein je de kans op miskopen en vind je sneller een basis waar je de hele dag tevreden over bent.

Je huidtype bepalen

Een eenvoudige manier om je huidtype te achterhalen is de zogenoemde blotting-test. Was je gezicht met een milde reiniger, dep het droog en wacht ongeveer een uur zonder iets aan te brengen. Druk daarna een vloeipapiertje of een stukje keukenpapier op je voorhoofd, neus, kin en wangen.

Zie je overal vet op het papier, dan heb je waarschijnlijk een vette huid. Alleen vet in de T-zone wijst op een gecombineerde huid. Voelt je huid strak en blijft het papier schoon, dan heb je een droge huid. Is er nauwelijks vet en voelt je huid comfortabel, dan heb je een normale huid. Reageert je huid snel met roodheid, jeuk of branderigheid, dan kun je daarnaast een gevoelige huid hebben.

Welke formule past bij welk huidtype

Bij een vette huid werken matterende, olievrije foundations meestal het best. Vloeibare formules met een matte finish of een lichte poederfoundation houden glans langer onder controle. Een droge huid heeft juist baat bij hydraterende foundations met een satijnen of stralende finish, zoals crèmeformules of foundations met hyaluronzuur of glycerine. Matte poeders kunnen droge plekjes juist benadrukken.

Heb je een gecombineerde huid, dan is een foundation met een natuurlijke of semi-matte finish vaak een goed compromis. Je kunt eventueel alleen je T-zone afpoederen. Een normale huid heeft de meeste vrijheid; kies vooral op basis van de dekking en finish die je mooi vindt. Bij een gevoelige huid let je op parfumvrije formules en minerale foundations, die doorgaans minder irriterende ingrediënten bevatten.

Je ondertoon herkennen

Je ondertoon is de kleur die onder het oppervlak van je huid doorschemert. Die verandert niet, ook niet als je bruin wordt. Er zijn grofweg drie ondertonen: warm (geel, goudkleurig of perzik), koel (roze, rood of blauwig) en neutraal (een mix van beide). Daarnaast heeft een deel van de mensen een olijfkleurige ondertoon met een groenige zweem.

Met een paar snelle tests kom je al een eind:

  • Bekijk de aderen aan de binnenkant van je pols: groenig wijst op warm, blauw of paars op koel.
  • Vergelijk zilveren en gouden sieraden: staat goud je beter, dan ben je vaak warm; zilver wijst eerder op koel.
  • Houd een wit en een gebroken wit shirt bij je gezicht: helderwit flatteert vaak een koele ondertoon, crèmewit een warme.
  • Verbrandt je huid snel in de zon, dan heb je vaak een koele ondertoon; word je makkelijk bruin, dan eerder warm.

De juiste kleur kiezen

Veel merken geven op de verpakking aan welke ondertoon een kleur heeft, bijvoorbeeld met de letters W (warm), C (cool) en N (neutraal). Test een foundation nooit op je hand, want die heeft vaak een andere kleur dan je gezicht. Breng een paar streepjes aan op je kaaklijn en bekijk ze bij daglicht. De kleur die bijna verdwijnt in je huid is de juiste.

Wil je eerst producten vergelijken voordat je naar de winkel gaat, dan vind je op Beautyvandaag overzichten en reviews van verschillende beautyproducten. Zo kun je gerichter kiezen welke foundations je wilt uitproberen.

Dekking en seizoenen

Naast formule en kleur speelt dekking een rol. Een lichte dekking, zoals bij een getinte dagcrème of skin tint, laat je eigen huid zien en past goed bij een egale huid. Medium dekking camoufleert roodheid en kleine oneffenheden, terwijl een volledige dekking geschikt is voor pigmentvlekken of littekens. Je kunt dekking ook opbouwen door in dunne laagjes te werken.

Houd er rekening mee dat je huid door het jaar heen verandert. In de zomer ben je vaak iets donkerder en vetter, in de winter lichter en droger. Het kan handig zijn om twee tinten in huis te hebben die je kunt mengen, of om in de koude maanden over te stappen op een meer hydraterende formule.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *